cijfer betekenis & definitie

cijfer - zelfstandig naamwoord
uitspraak: cij-fer

1. teken waarmee je een getal aangeeft
ik noem een getal van twee cijfers
1. in de rode cijfers komen
[schulden maken]
2. aantal punten voor een prestatie
♢ Hassan haalt altijd goede cijfers

Zelfstandig naamwoord: cij-fer
het cijfer
de cijfers
het cijfertje