capaciteit betekenis & definitie

capaciteit - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ca-pa-ci-teit

1. kracht om iets te doen
deze kachel heeft een behoorlijke capaciteit
2. ergens geschikt voor zijn
dit meisje heeft capaciteiten voor een mbo-opleiding
3. het iets goed kunnen
♢ hij heeft indrukwekkend veel capaciteiten

Zelfstandig naamwoord: ca-pa-ci-teit
de capaciteit
de capaciteiten

Synoniemen
macht, potentie, vermogen

Tegenstellingen
onvermogen