Wat is de betekenis van potentie?

2018
2021-06-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

potentie

potentie - zelfstandig naamwoord uitspraak: po-ten-sie 1. kracht om iets te doen ♢ Joachim heeft de potentie om profvoetballer te worden 2. het lichamelijk in staat zijn geslachtsgemeenschap te hebben ...

Lees verder
1994
2021-06-23
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Potentie

[Lat. potentia] 1 vermogen, macht; 2 seksueel vermogen van de man, vermogen de geslachtsdaad te verrichten (vgt. impotentie); 3 verdunningsgraad van homeopatische geneesmiddelen.

Lees verder
1993
2021-06-23
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Potentie

(seksueel) vermogen; (verborgen) vermogen iets te worden

1981
2021-06-23
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Potentie

zie Homeopathie. Aanduiding voor de verdunningsgraad van een artsenij. Zie ook Impotentie.

Lees verder
1977
2021-06-23
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

potentie

potentie - sexueel vermogen; potent, potentie bezittend: van lat. potent ia ‘vermogen, kracht’.

1974
2021-06-23
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

potentie

(L., potentia = kracht). 1. Vermogen tot geslachtsgemeenschap. 2. Ontwikkelingsvermogen van een cel of een celgroep: dat wat de cel onder experimentele omstandigheden kan vormen, in tegenstelling tot datgene wat hij in de normale ontwikkeling vormt (voor bevruchte eicel geldt dit onderscheid niet).

Lees verder
1973
2021-06-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

potentie

v. (-s), 1. macht, vermogen; graad: in hogere gehalte; (homeopathie) machtsexponent, logaritme van de verdunning: een tienvoudige verdunning heet eerste een honderdvoudige tweede — enz.; (farmacologie) versterking van de werking door toevoeging; 2. seksueel vermogen; 3. (biologie) ontwikkelingsvermogen, het totaal van de in aanleg aanwezige...

Lees verder
1955
2021-06-23
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Potentie

macht; innerlijk vermogen; sexueel vermogen; in potenties tot mogelijkheid van verwezenlijking.

1954
2021-06-23
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Potentie

1. het prestatievermogen, datgene waartoe iemand of iets (bijv. een orgaan of een geneesmiddel) in staat is; 2. de verdunning van een geneesmiddel volgens de leer der homoeopathie, zie aldaar; 3.het vermogen (van de man) om de geslachtsdaad uit te voeren (vgl. impotentie).

Lees verder
1950
2021-06-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Potentie

(<Lat.), v., 1. macht, vermogen; — in hogere potentie, in hogere graad ; 2. sexueel vermogen ; 3. mogelijkheid tot verwezenlijking; verborgen, nog niet aan het licht gekomen kracht: haar en baard, de dragers van magische potentie.

Lees verder
1948
2021-06-23
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

potentie

v. macht, vermogen; graad van verdunning van homoeopatische geneesmiddelen.

1933
2021-06-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Potentie

(philos.), ➝ Act en potentie; Vermogen.

1898
2021-06-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Potentie

Potentie - v. macht, vermogen; — mechanische potentie, statisch- of draaiingsmoment eener kracht.

Lees verder
1864
2021-06-23
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

potentie

potentie - v. macht, vermogen