bewerken betekenis & definitie

bewerken - regelmatig werkwoord
uitspraak: be-wer-ken

1. hem proberen iets te laten doen of niet te doen
♢ hij bewerkte zijn vader net zo lang tot hij meer zakgeld kreeg
2. ergens aan werken, soms om het geschikt te maken voor iets anders
♢ hij bewerkte het toneelstuk voor de film
3. er versieringen aan maken
♢ hij bewerkte het hout met kleine beitels

Regelmatig werkwoord: be-wer-ken
ik bewerk
jij/u bewerkt
hij/zij bewerkt
wij/zij/jullie bewerken
ik/jij/u/hij/zij bewerkte
wij/zij/jullie bewerkten
hij heeft bewerkt
de/het/een bewerkte ....

Synoniemen
bepraten, lijmen, opwekken, overhalen, overreden