Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

bekoren

betekenis & definitie

bekoren - regelmatig werkwoord
uitspraak: be-ko-ren

1. door iets liefs aantrekkelijk worden
♢ het jonge meisje bekoorde hem
1. dat kan mij niet bekoren
[dat trekt mij niet aan]

Regelmatig werkwoord: be-ko-ren
ik bekoor
jij/u bekoort
hij/zij bekoort
wij/zij/jullie bekoren
ik/jij/u/hij/zij bekoorde
wij/zij/jullie bekoorden
hij heeft bekoord