argument betekenis & definitie

argument - zelfstandig naamwoord
uitspraak: ar-gu-ment

1. waarom je het doet of vindt
zijn argument voor het kopen van die auto is dat het station zo ver is
2. wat je aanvoert om een stelling te bewijzen of te ontkrachten
♢ het belangrijkste argument voor het invoeren van de nieuwe regeling is dat die meer opbrengt
1. dat is geen argument
[doet niet ter zake]
2. een doorslaand argument
[dat de doorslag geeft en andere argumenten overbodig maakt]

Zelfstandig naamwoord: ar-gu-ment
het argument
de argumenten
het argumentje

Synoniemen
beweegreden, bewijs, bewijsgrond, grond, motief, overweging, reden