Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

aanwijzen

betekenis & definitie

aanwijzen - onregelmatig werkwoord
uitspraak: aan-wij-zen

1. je vinger op iets of iemand richten
♢ Jan wijst op de kaart aan waar Utrecht ligt
1. Jan is de aangewezen persoon daarvoor
[Jan is daar het meest geschikt voor]

Onregelmatig werkwoord: aan-wij-zen
ik wijs aan (... ik aanwijs)
jij/u wijst aan (... jij aanwijst)
hij/zij wijst aan (... hij aanwijst)
wij/zij/jullie wijzen aan (... wij aanwijzen)
ik/jij/u/hij/zij wees aan (... ik aanwees)
wij/zij/jullie wezen aan (... wij aanwezen)
hij heeft aangewezen
de/het/een aangewezen ....