Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

aanschaffen

betekenis & definitie

aanschaffen - regelmatig werkwoord
uitspraak: aan-schaf-fen

1. het kopen om te gebruiken
ik heb een nieuwe computer aangeschaft

Regelmatig werkwoord: aan-schaf-fen
ik schaf aan (... ik aanschaf)
jij/u schaft aan (... jij aanschaft)
hij/zij schaft aan (... hij aanschaft)
wij/zij/jullie schaffen aan (... wij aanschaffen)
ik/jij/u/hij/zij schafte aan (... ik aanschafte)
wij/zij/jullie schaften aan (... wij aanschaften)
hij heeft aangeschaft
de/het/een aangeschafte ....

Synoniemen
aankopen