Diemen betekenis & definitie

Dorp, ontstaan in de 12de eeuw als vissersdorp bij een dam in de Diem. De in 1226 voor het eerst vermelde Diemerdam kwam in 1281 in handen van graaf Floris V en in 1317 definitief van Holland. Wegens toenemende kustafslag moest het dorp begin 15de eeuw in twee fasen landinwaarts worden verplaatst naar het huidige Oud-Diemen.

Die dorpskern had te lijden van een dorpsbrand in 1652. Verder zuidwaarts werd in 1638 de Muidertrekvaart gegraven, die in 1640 bij Diemerbrug een aftakking kreeg (Weespertrekvaart). In de 18de eeuw verplaatste de dorpsbebouwing zich naar Diemerbrug, waar een lintbebouwing langs de trekvaart ontstond. Diemen werd in 1731 een ambachtsheerlijkheid van Amsterdam.

In de 19de eeuw vestigde zich industrie nabij de samenkomst van de trekvaarten. Tussen Diemerbrug en Oud-Diemen legde men in 1874 de Oosterspoorweg aan en in 1935-'40 volgde een aansluitende spoorboog voor de Amsterdamse ringspoorlijn. Voor de verbreding van de Muiderstraatweg (1924-'27) werd de bebouwing aan de trekvaartzijde gesloopt en voor een vrij schootsveld vanaf de ringvaart om de Watergraafsmeerpolder (Diemerkade) verdween in 1943 de westzijde van het dorp. Na de oorlog volgde een herbouwplan (1947) van mevr. E.F. van den Ban. De Herv. kerk (1866) ten zuiden van de trekvaart heeft men - net als de overige bebouwing aldaar - in 1984 gesloopt ten behoeve van een nieuwe woonwijk. Het in 1966 aan Diemen toevallende gedeelte van de gemeente Weesperkarspel is in 1967-'75 volgebouwd (Diemen-Zuid). Recenter is de bebouwing van Diemen-Noord (1988-'92).

Gepubliceerd op 26-05-2017