De (Herv.) St.-Gomarus- of Westerkerk in Enkhuizen betekenis & definitie

(Westerstraat 138) [2] is een op een omheind kerkhof gelegen driebeukige hallenkerk. De drie beuken hebben samen één enkele driezijdige sluiting met op de knikken kleine traptorens. De bouw van de laat-gotische zuidbeuk begon in 1470, waarna de twee andere beuken volgden in 1471 en 1480. In het oostelijke deel rusten de scheibogen op zuilen van afwisselend Bentheimersteen en Ledesteen. De in een topgevel gevatte oostelijke eindvensters van de zijbeuken steken door de daklijst heen. In 1488-'92 kwam een - uitwendig niet als zodanig herkenbaar - dwarsschip tot stand met zuilen van Ledesteen. In een derde fase verrezen in 1512-'19 de vier westelijke schiptraveeën met zuilen van Bentheimer steen. De zijbeuken kregen bij de westgevel geveltoppen met een hoog middenvenster geflankeerd door gotische blindnissen. De doopkapel bij de zuidwesthoek is korte tijd later toegevoegd.

In de loop van de 16de eeuw werden aan de noord- en de zuidzijde van de kerk portalen gebouwd. De kerkenraadskamer boven het zuidportaal is voorzien van 18de-eeuws goudleerbehang. Het eveneens 16de-eeuwse westportaal werd in de 17de eeuw verhoogd met een windkamer (blaasbalgen voor het orgel). Het rijke maniëristische oostportaal met klimmende pilasters en een dorische poort dateert uit 1603. In de 15de-eeuws kerkkap zijn sporen van een in 1740 verwijderde dakruiter zichtbaar. De kerk is gerestaureerd in 1948-'54 (J. de Meijer en D. Fledderus) en rond 2000 (A. Hangelbroek-Gouwetor).

Het interieur wordt gedekt door houten tongewelven met trekbalken. De scheibogen rusten op slanke zuilen met bladkapitelen. In het koor zijn op de zuilschachten resten met heiligenbeelden zichtbaar. Een topstuk van vroeg-renaissancistisch houtsnijwerk is het koorhek (1542), bestaande uit zes panelen tussen zeven corinthische pilasters, alles bedekt met ranken en arabesken. In de boogvullingen zijn de vier evangelisten uitgebeeld, alsmede Mozes en God de Vader (gebaseerd op prenten van Michelangelo). De oorspronkelijke koperen spijlen heeft men in 1572 omgesmolten (de huidige zijn 19de-eeuws) en kort daarop werden ook de bij het hek behorende koorwanden verwijderd. De eveneens vroeg-renaissancistische preekstoel (1567-'58) is versierd met Johannes de Doper en de vier evangelisten. Het klankbord is 17de-eeuws, de rococo-trap dateert uit circa 1750 (mogelijk van Pieter de Nicolo). Van het orgel worden de kast en het rugwerk (1547), beide met luiken, toegeschreven aan Adriaan Schalken. Het huidige instrument dateert uit 1896. Tot de 17de-eeuwse inventaris behoren de dooptuin met banken, doopboog en voorzangerslessenaar. In de doopkapel hangen veertien rouwborden (1469 en 17de eeuw). Verder is er een predikantenbank uit 1808.

Tegen het zuidportaal staat een in 1614 gebouwde librije. De op de verdieping ingerichte bibliotheek met dubbele boekenkasten en smalle lessenaars werd gesticht door stadsmedicus Bernardus Paludanus en later aangevuld met werken van ds.

Gerard Vesterman († 1588). Uit 1600 (jaartalankers) dateert de smalle kosterswoning (Westerstraat 136; gerestaureerd 1954) tussen de kerk en het vrijstaande houten klokhuis (Westerstraat 134). Dit bouwwerk op bakstenen voet en een ingezwenkt tentdak zou rond 1519 gebouwd en in 1609 verbouwd (basement) en verhoogd zijn. De neoclassicistische omtimmering met pilasters werd in 1877-'78 aangebracht. In deze in 1973 gerestaureerde toren hangen een 16de-eeuwse klok en een klok van Antoni Wilkes (1657).

Gepubliceerd op 26-05-2017