De (Herv.) St.-Pancras- of Zuiderkerk in Enkhuizen betekenis & definitie

(Zuiderkerksteeg 3) [1] is een op een omheind kerkhof gelegen tweebeukige hallenkerk met twee vijfzijdig gesloten koren, een aangebouwde kapel en een forse toren. Kort na 1422 begon de bouw van het gotische zuidkoor, dat naast een bestaande St.-Pancraskapel verrees en in 1432 (d) gereed kwam. Het tweebeukige schip kwam rond 1450 tot stand en het noordkoor was in 1464 (d) gereed. In 1501 volgde de bouw van één travee tussen schip en toren. In 1516 verrees aan de noordzijde een tweebeukige H. Kruiskapel en kort daarop bouwde men er een westportaal tegenaan.

De zuidzijde van het schip kreeg in 1618 een maniëristisch portaal en in die tijd voorzag men ook het noordkoor van een vergelijkbare maniëristische poort. Het oude noordportaal werd overbouwd en uitgebreid tot een tweebeukig pand met een ingezwenkte gevel (circa 1595) en een schoudergevel (eerste kwart 17de eeuw).

Boven de doorgang bevindt zich de kerkenraadskamer met een inrichting uit circa 1770 (schouw, betimmering en beschilderd katoenbehangsel). Op korte afstand vóór de doorgang staat een vrijstaande zandstenen dorische poort (1639). De in 1686 tegen de noordwestzijde van het schip gebouwde diakenkamer heeft een classicistische dakkapel met rijke festoenen. Tussen de poort van het noordkoor en de H. Kruiskapel staat een 18de-eeuwse kosterswoning.

Bij een kerkrestauratie in 1948-'61 (J. de Meijer en D. Fledderus) zijn onder meer nieuwe vensterharnassen aangebracht. Verder is de kerk gerestaureerd in 2001-'03. De toren heeft restauraties ondergaan in 1908-'09 en 1990-'92 (A. Hangelbroek-Gouwetor).

Het interieur van de kerk wordt gedekt door houten tongewelven met trekbalken.

Op het gewelf zitten resten van schilderingen uit 1484 (ondergeschilderd 1608; herontdekt 1914-'18). In de noordbeuk zijn scènes uit het leven van Christus zichtbaar en in de zuidbeuk de corresponderende oudtestamentische prefiguraties. De noorderkoorsluiting toont de Boom van Jesse en de zuiderkoorsluiting het Laatste Oordeel. De scheibogen tussen de beuken rusten op korte zuilen met lijstkapitelen. Ook op de wanden zijn resten van schilderingen (heiligen) gevonden.

Tot de voornamelijk 17de-eeuwse inventaris behoren een preekstoel (1610; trap 1737), herenbanken, een weeshuisbank, tochtportalen, een laat-17de-eeuws doophek en enkele banken (één met laatgotisch briefpaneel). Verder zijn er een laat-16de-eeuws tekstbord, een vroeg-17de-eeuws aalmoezeniersbord en 17de-eeuwse houten epitafen voor Jacob Dirksz Brouwer († 1635) en Jacob Sieuwertsz Blaeuhulck, alsmede een zandstenen epitaaf voor stadsmedicus Bernardus Paludanus († 1633; opgericht 1635). Het orgel heeft een hoofdkast uit 1622. Heinrich Hermann Freytag bouwde het huidige instrument (1799) in de bestaande kast en voegde een rugwerk toe. Het door Johannes Duyschot vervaardigde pedaal (1703) bleef bewaard. Het snijwerk in Lodewijk XIV-vormen is van Pieter de Nicolo (1737).

De toren heeft een onderbouw van twee geledingen met speklagen van Gobertangesteen en daarop een achtzijdige lantaarn voorzien van een spits met opengewerkte bekroning en ui-vormige top. De oude St.-Pancraskapel maakte plaats voor deze in 1445 begonnen toren, waarvan de tweede geleding in 1458 tot boven de galmgaten was voltooid. De toren werd in 1518 verder afgebouwd. De achtzijdige houten lantaarn was in 1526 voltooid (oorspronkelijke openingen dichtgemaakt in 1533). François en Pieter Hemony goten in 1648 een luidklok en verder 20 van de 44 klokken (1647-'74) van het carillon. Andere oude klokken zijn die van Geert van Wou (1509), Claude Fremy (1697) en Claes Noorden en Jan Albert de Grave (1701).

Gepubliceerd op 26-05-2017