Kernpunten van de economie

Alle begrippen uit de economie

Gepubliceerd op 12-05-2017

2017-05-12

Banken

betekenis & definitie

De belangrijkste banken in Nederland, als we letten op het balanstotaal, zijn de ABN (Algemene Bank Nederland), de Rabobank (Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank), de Amrobank (Amsterdam-Rotterdambank), de NMB (Nederlandse Middenstandsbank) en de Postbank. In 1990 zijn er twee fusies geweest: die tussen de NMB en De Postbank en die tussen de AMRO en de ABN.

Activiteiten van banken zijn:

- kredietverlening aan gezinnen, bedrijven en de overheid;
- spaargelden aantrekken;
- kopen en verkopen van aandelen, obligaties en dergelijke;
- het verzorgen van de girobetalingen van de rekeninghouders.

Om dit laatste te vergemakkelijken hebben de banken gezamenlijk de Bankgiro-centrale opgericht. Hieraan doet de postbank niet mee.

Banken worden wel als volgt ingedeeld: primaire of geldscheppende banken en secundaire of niet-geldscheppende banken.

De Nederlandsche Bank geeft bankbiljetten uit, de Staat munten. Als deze bankbiljetten en munten (ook wel chartaal geld genoemd) in de kassen van de banken verdwijnen, worden ze echter niet tot de geldhoeveelheid gerekend. Dat gebeurt pas als de cliënten het geld opnemen. Daarom worden de Staat, de Nederlandsche Bank en de banken tot de geldscheppende instellingen gerekend. Onder banken wordt hier verstaan de primaire of kredietverlenende banken.

Secundaire banken zijn kredietbemiddelende banken. Het zijn geen geldscheppende instellingen. Een voorbeeld is de Bank voor Nederlandsche Gemeenten. Zulke banken lenen het geld dat bij hen wordt ondergebracht weer uit aan anderen, bijvoorbeeld in de vorm van hypo-theken.

De Nederlandsche Bank (DNB) heet circulatiebank omdat ze biljetten in omloop kan brengen. Tevens is ze centrale bank omdat alle andere banken een rekening bij haar hebben en in geval van nood een beroep op haar kunnen doen. Ze heet staatsbank omdat de Staat haar kasgeld bij DNB aanhoudt. De Nederlandsche Bank is verantwoordelijk voor de binnen- en buitenwaarde van de gulden. De binnenwaarde geeft de koopkracht van de gulden in Nederland aan. De buitenwaarde geeft de waarde van de gulden ten opzichte van de vreemde valuta aan. Samen met de minister van Financiën is de bank verantwoordelijk voor het monetaire beleid.