Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 08-01-2020

2020-01-08

Zelfstandig naamwoord

betekenis & definitie

of substantivum noemt men in de grammatica de woorden die een zelfstandigheid aanduiden, hetzij die zelfstandigheden in de werkelijkheid bestaan of als bestaanbaar gedacht worden (de zgn. concrete z., bijv. boom, wolk, spook), hetzij ze alleen in het verstand een zelfstandig bestaan verkrijgen, in de werkelijkheid echter niet afzonderlijk doch alleen in een concrete zelfstandigheid bestaan kunnen (de zgn. abstracte z., bijv. gezondheid, diepte, enz.). De z. behooren tot de verbuigbare woorden, hoewel de vormverandering zich in het Ned. bijna tot den meervoudsvorm beperkt, bijv. boom-boomen.

Ze zijn herkenbaar, doordat men er gewoonlijk het lidwoord (de, het, een) voor kan plaatsen (de eigennamen uitgezonderd) en doordat ze onderwerp van een zin kunnen zijn. Sommige z. zijn van een ➝ adjectivum gevormd, terwijl het ook voorkomt dat het z. als adjectivum wordt gebruikt.

Voor de vorming van z. zie ➝ Woordvorming. Marrewijk.