Naaimachine betekenis & definitie

Werktuig, dat naaiwerk verricht. Bij de thans het meest in gebruik zijnde n. komt de steek (de zgn. dubbele stiksteek) als volgt tot stand.

De te naaien stof wordt onder de vaststaande naald gebracht. De naald daalt, brengt een draad door de stof, stijgt, de draad vormt een lus onder de stof; een spoeltje, dat aan de onderzijde van de stof, onder de plaats van den naaldhouder, horizontaal op en neergaat, trekt een anderen draad door die lus; de twee draden worden vervolgens door de nog stijgende naald stevig aangetrokken.

De stof wordt verschoven, de volgende steek kan op dezelfde wijze tot stand komen.Bij de eerste n., die tusschen 1830 en ’40 in Engeland en Amerika ontstonden, trachtte men het handnaaien na te bootsen; men werkte met één draad. Hunt maakte in 1834 een machine met twee draden; Howe, een Amer. werktuigkundige, verbeterde haar en bracht in 1846 de eerste bruikbare n. Achtereenvolgens voor hand-, trap- en electr. beweging vervaardigd, is de n. thans zóó vervolmaakt, dat er speciale machines zijn voor hoeden-, schoenen- en zadelfabricage; voor het kleedingbedrijf verrichten zij, behalve het gewone stikwerk, ook borduur-, ajoureer-, festonneerwerk en maken zij knoopsgaten, welke resultaten men bij de gewone n. voor huishoudelijk gebruik tracht te bereiken door losse, aan de n. te bevestigen apparaten.