Kanker betekenis & definitie

1° (geneesk.) ➝ Carcinoma.

2° (Landb.) Kankerziekte (Nectria galligena) is een der meest gevreesde kwalen van ooftboomen, vooral appels. De zwam veroorzaakt op scheuten, twijgen en jonge takjes ingezonken vlekken, waardoor deze organen al tijdens den winter of in den voorzomer afsterven (topkanker). Op den stam en de dikkere takken merkt men eerst een inzinken van den bast op, gevolgd door de vorming van wondweefsel.

Bestrijding: kankerwonden uitsnijden en insmeren met zwarte teer, of zonder uitsnijden behandelen met vruchtboomcarbolineum ter sterkte van 50-100 %. Voor boomgaarden zorge men voor een goede ontwatering en vermijde men groote stikstofgiften.

M. v. d. Broek.