Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 24-09-2020

2020-09-24

zeer

betekenis & definitie

I. bn. (-der. -st)

1. pijn veroorzakend: een zere vinger.
2. ontstoken: een oog.
3. met uitslag, zwerend: een hoofd.

II. o. hinderlijke gewaarwording, pijn: ergens hebben; iemand doen; het doet (geen) -; zijn voeten deden -. Gez. iemand in zijn tasten of op zijn treden, een gevoelige plek bij hem aanraken of hem kwetsen door over dingen te spreken die hem hinderlijk zijn; kwaad -, schurft; oud -, oud gebrek.

III. bw. [~zeer, pijn, hevig]

1. erg: kort.
2. buitengewoon: rijk; al te -, buitensporig.
3. veel: dank u -; vertrouw hem niette -; om het -st, als om strijd; ten -ste, in zeer hoge mate.