Dames heren ook betekenis & definitie

Hij sjort de ceintuur van zijn jas bijeen, steekt een arm in de lucht en zoekt met zijn andere de gleuf in het cafégordijn. ‘Dames heren ook, auf Wiener Schnitzel!’ (Het Parool 18-2-1998)

Op 28 oktober 1974 belegden Van Kooten en De Bie in hotel Krasnapolsky in Amsterdam een persconferentie om de oprichting van het Simplisties Verbond bekend te maken. Een ooggetuige schreef later: ‘Hoewel de verzamelde Nederlandse pers aanvankelijk niet goed raad bleek te weten met de doortrapte mengeling van ernst en humor, ontstond de eerste aarzelende hilariteit toen Kees en Wim lieten weten dat ze verder door het leven zouden gaan als Heer Kooten en Heer Bie. De eerste introduceerde ook de mattenklopper als symbool voor de nieuwe beweging, benevens de krompraat die jarenlang zijn handelsmerk zou zijn.’

Achter die krompraat zat een gedachte. In 1977 vertelde Kees van Kooten hierover aan De Nieuwe Linie:

Ik ben met dat vervormde praten begonnen omdat het mij was opgevallen dat bijna niemand écht goed lopende zinnen maakt. Door dat vreemde spreken zijn de mensen juist goed over de taal gaan nadenken. Het heeft de creativiteit aangewakkerd. Toch is er verwarring ontstaan omdat men meende dat wij daarmee een trend wilden aangeven. Maar wij zijn absoluut geen trendsetters, maar juist trend bestrijders.

Een van de bekendste voorbeelden van Kootiaanse kromspraak is dames heren ook. Deze uitdrukking werd gebruikt in de uitzendingen, op de bescheurkalenders en in stukken van het Simplisties Verbond. Zo opende de zogeheten Teleurstellende (cultuurnota van het Simplisties Verbond als volgt:

Dames heren ook,
U bent voor elkaar.
De een wat dikker dan de ander, maar uw grote trekken kloppen op de kulturele keper. Want anders zou u dit geeneens onder ogen lezen.
Maar zij? De rest van de anderen?
Daar hoopt het Simplisties Verbond een min of meer boekje van open te doen.

Het was een vermoeiend taaltje, dat Kootiaans, en dat vond Kees van Kooten op den duur zelf ook. Toen het Nieuw Wereldtijdschrift hem in 1985 vroeg waarom hij er op een gegeven moment mee was gestopt, antwoordde hij:

Omdat die een beetje gelijke tred hield met het Simplisties Verbond. Er heerste in Nederland een totaal Babylonische spraakverwarring, geen functionaris kon nog een lopende volzin maken, en omdat het Verbond een spiegel was van de samenleving hadden wij daar één functionaris in, dat was ik dan, die ook die kromspraak bedreef. Maar dat gaat snel vervelen: alles gaat je zelf eerder vervelen dan dat het het publiek verveelt.

Sterker nog: dames heren ook is sommige mensen blijkbaar nooit gaan vervelen, want je komt de uitdrukking nog steeds tegen, bijvoorbeeld op babbelpagina’s op het Internet. Overigens zijn de meningen erover inmiddels verdeeld. De meeste mensen vinden dames heren ook nu afgezaagd en oubollig. Dat is ironisch. Van Kooten en De Bie hebben altijd veel met clichés gewerkt. Ze vijlden ze bij, poetsten ze op en bliezen ze daardoor soms nieuw leven in. Zo veranderden ze het enigszins tuttige en deftige dames en heren in het humoristische dames heren ook (en nota bene in nota beide benen). Maar dames heren ook is in de jaren zeventig te vaak gebruikt om nu nog leuk te zijn. Het is zelf een cliché geworden, een gedateerde, afgezaagde uitdrukking, die daardoor grote kans maakt de komende jaren definitief te worden bijgezet in de kelders van het Taalmuseum. Waarschijnlijk krijgt ze daar een plaatsje in de buurt van pollens! en rrreeeds.

Zie ook fijns.