Oermuziek betekenis & definitie

Oermuziek is het oudste muzikale geluid. Oermuziek verwijst naar de oorsprong van muziek, naar ritmisch deinende lichaamsbewegingen, melodisch babygeluidjes en het in de prehistorie gezongen deuntje.

Oermuziek - niet te verwarren met oude volksmuziek - veronderstelt als basis van muzikaliteit het neuriën van een wijsje, het deuntje en het ritmisch wiegen. Oermuziek is ook op de maat roeien, in de pas lopen en op een paard galopperen. Muziek was prehistorisch voornamelijk met klanken begeleid bewegen. Dans, toneelspel en poëzie voordragen zijn ook kunstvormen die bewegen in ruimte en in tijd. Anders dan een beeldhouwwerk of schilderij. Van oorsprong is muziek bovendien woordeloos en zijn muzieknoten onvertaalbaar. Daarmee is aangegeven dat oermuziek aan oertalen vooraf ging.

Het wezen van muziek is mensen samenbrengen. Muziek geeft inzichten, roept gevoelens op en emotioneert. Net zoals symboolgebaar, ritueel en mythe is muziek impliciete symboliek. Expliciete symboliek is meer het teken (startschot, vingergetrommel). Bij muziek gaat het om transformerende symboliek. In een betekenisvolle vorm in gemeenschap ontstaan en gedeeld. Zelfs het ritmisch bewegen van een zwerm spreeuwen of een school vissen zou op dit wezenlijke, universele en eventueel metafysische karakter van muziek kunnen duiden.

Oermuziek inspireert zichzelf en exporteert vanzelf. Van individueel neuriën tijdens het wiegen via de constructieve samenwerking van brabbelen naar geritualiseerde zingen in een koor. Oerelementen worden doorgegeven aan dansmuziek. Later begeleid door instrumenten, soms gespeeld van bladmuziek. Tenslotte hedendaagse muziek en techno, ook weer opgebouwd op basis van eindeloze import uit oermuziek. Mogelijk dat deze gedachtegang helpt bij het ervaren van eigentijdse muziek.