HARDENbroek, eene Ambagtsheerlijkheid, in ’t Overkwartier van Utrecht, beslaande in haaren omvang driehonderdeenenvijftig Morgens Lands, en leenroerig aan de Domproostdije van Utrecht. In den Jaare 1748 telde men ’er vierentwintig huizen.
De Heerlijkheid ontleent haaren naam van het Huis HARDENBROEK, STAANDe aan den Krommen Rhijn, ‘t welk al zedert het Jaar 1280 bekend geweest is. Jonkheer JOOST VAN HARDENBROEK, SCHILDknaap, wegens de Ridderschap Lid der Utrechtsche Staatsvergaderinge, en tevens Grietman van Kollummerland, in Friesland, was ’er eigenaar van, in den Jaare 1536, wanneer het, ten zijnen gevalle, voor eene Ridderhofslad wierdt verklaard. Jonkheer JOHAN ADOLF VAN HARDENBROEK, KOLONEl Kommandant van een Regiment Voetvolk, vijftiende Heer van Hardenbroek, heeft, voor niet zeer veele jaaren, het Huis opgebouwd, op de oude grondvesten, en merkelijk vergroot, doch alles in den antieken smaak, met twee torens ter wederzijden. Het aanzienlijk gebouw legt zeer vermaaklijk, in eene voordeelige landsdouwe, in ruime vijvers van leevend water beslooten. De plantaadjen zijn zeer uitgestrekt en verschaffen fraaie wandelwegen.