PIETER PAUW, Zoon van PIETER PAUW en van GEERTRUI SPIEGEL Hendrik Laurensdogter, Kleinzoon van den bovenvermelden Amsterdamschen Koopman ADRIAAN PAUW, en alzo een volle Neef van den straks geschetsten Raadpensionaris, wierdt gebooren te Amsterdam, in den Jaare 1564. De gronden van Taalkennisse leide hij, eerst te Amersfoort, vervolgens in zijne Vaderstad. Zints het oprigten van het Hoogeschool te Leiden, was hij aldaar een der eerste Studenten in de Geneeskunde. Van daar vertrok hij na Parijs, om zich, door den vermaarden DURETUS, in de Geneeskunde, en den niet minder beroemden JOANNES FABER, in de Ontleedkunde te doen onderwijzen. Doch de inwendige onlusten, welke Frankrijk beroerden, deeden hem, vroeger dan zijn plan medebragt, van daar vertrekken, en zich na Rostok begeeven. In het drieëntwintigste jaar zijns ouderdoms beklom hij aldaar den trap van Doktoraale waardigheid. Naa zijne wederkomst in 't Vaderland deedt PAUW eenen keer na Italie, doch vertoefde 'er niet langer dan drie maanden, aan 't Hoogeschool van Padua.
Intusschen hadt de naam zijner Geleerdheid zich door Nederland verspreid: weshalven de Bezorgers van 't Leidsche Hoogeschool te raade wierden, den post van Hoogleeraar in de Ontleed- en Kruidkunde aan hem op te draagen. Achtentwintig jaaren gaf hij onderwijs in die Weetenschappen. Eindelijk verviel hij in eene verregaande zwaarmoedigheid, en eindigde zijne dagen in het vierenvijftigste jaar zijns ouderdoms, op den eersten Augustus des Jaars 1617. Hij was Opziener van den Akademischen Tuin, welke, daarenboven, door hem voornaameiijk was aangeleid. Ook was hij de stigter van het Theatrum Anatomicum, of Schouwplaats van Ontleedkunde. De Hoogleeraar PAUW hadt in huwelijk eene dogter van den Heere JAN VAN HOUTEN, Geheimschrijver van Leiden. Dokter PAUW, die de Geneeskunde te Alkmaar oeffende, en dikmaals wordt vermeld in de Brieven van den Ridder HOOFT, wordt gehouden uit dit huwelijk te zijn voortgesprooten.