Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

tuimelaar, tuimelperte

betekenis & definitie

Vlaams dialect voor een valpartij. Een woord dat bestorven lag in de mond van de Flandriens. In het Franse wielerargot bestaan hiervoor talrijke uitdrukkingen: ramasser un gadin; prendre une gadiche; aller a dame; manger de la luzerne; valser dans le décor. Engelse renners gebruiken de termen: pile-up, stack-up, cropper.

...maar in Digne-Nizza zette hij zulk een magistrale tuimelperte dat hij naar ‘t gasthuis moest overgebracht worden. (Achiel Van Den Broeck: De geschiedenis van de Ronde van Frankrijk. 1949)

Op één mei treed ik voor deze firma aan te Frankfurt (onkosten gedekt, goed eten) om er... te vallen, en ’s anderendaags te Zürich heb ik de gevolgen van de tuimelperte vanzelfsprekend nog niet verwerkt. (Robin Hannelore: Kampioen in een doodlopende straat. 1973)

Hij gaf de tuimelaar van zijn leven weg en aan verder koersen was er helemaal niet meer te denken. (Jan Cornand & André Blancke: Hoe Merckx de Tour verloor. 1975)