Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

licht: het - gaat uit

betekenis & definitie

Gezegd bij een inzinking, wanneer de renner geen energie meer heeft om verder te rijden en aan het eind van zijn krachten is. Ook in de meervoudsvorm: ‘de lichten zijn uit’. Syn.: de batterijen zijn plat; de kaars is uit; het vuur is onder de kroketten uit.

Breukink reed probleemloos met de besten mee en plots zag je hoe het licht bij hem uitging. Je zag het klassieke beest op zijn rug kruipen. (Humo, 16/07/1992)

Maar nog altijd durfde Boogerd niet te denken dat hij zou gaan winnen. Toen hij onder de vlag van de laatste drie kilometer fietste, ging ‘het licht uit’. Maar de resterende marge van twee minuten op Sastre gaf hem moed. (Trouw, 25/07/2002)