noorweegsche koningen.
I, bijgenaamd Haarfager, beklom 863 den troon, en regeerde aanvankelijk slechts over eenige provinciën in het zuiden van Noorwegen, doch bracht al spoedig dat geheele land onder zijn gezag. Hij deed afstand van den troon 930, en stierf 933.
II, bijgenaamd Graafell, zoon van Erik, die van den troon was gestooten door Hako I, maakte zich bij den dood van dien overweldiger (961 of 950) weder van den noorweegschen troon meester; doch hij misbruikt* zijne macht, en werd 962 vermoord.
III, bijgenaamd Hardraade, regeerde van 1047 tot 1066. Hij stichtte de stad Opslo, en stierf in Engeland waar hij om Harald II te bestrijden aangekomen was (1066) eenige dagen vdórde landing van Willem den Veroveraar.
IV, een gelukzoeker, deed zich in 1135 als koning uitroepen, voorgevende een zoon van Magnus III te zijn; op die wijze sloot hij Magnus IV van den troon uit, en zette dien gevangen in een klooster. Maar reeds spoedig werd H. IV van het leven beroofd door een anderen gelukzoeker, met name Sigurd Slembidiakni, die zich insgelijks voor een zoon van Magnus III uitgaf, en die zich meester maakte van den troon 1136.