Brommer betekenis & definitie

Amsterdams huurrijtuig

Het zat de vrouw van Isaac da Costa niet mee. Zij had erop gestaan dat haar gasten niet met een eenvoudige slee maar met een brommertje werden gehaald en gebracht. Da Costa schreef in 1822 over het voorval in een brief die door W.G.C. Byvanck werd gebruikt in Da Costa's biografie. 'Och, aan den 'brom' (brougham), het symbool der grootsheid dat de gasten kwam halen, was een mankement. De koetsier vertrouwde het wiel niet.' Uiteindelijk moest de hulp van de nachtwacht worden ingeroepen om 'het monument van grootschheid' weer rijklaar te maken.

Byvanck schreef dit alles in 1896. De brougham, een gesloten rijtuig getrokken door één paard, was toen een bekend voertuig. Het was zo genoemd naar de Schot Henry Peter Brougham, baron van Brougham en Vaux [1778-1868]. Brougham was voorzitter van het Engelse Hogerhuis, fel tegenstander van de slavernij en een van de belangrijkste Engelse staatslieden uit de 19de eeuw.

Wat Byvanck niet wist, was dat de brougham - uitgesproken als 'broem' - pas in 1839 was uitgevonden, dus zeventien jaar nadat mevrouw Da Costa haar gasten wilde imponeren met het modieuze brommertje. Dat maakt het absoluut onmogelijk dat brommer van brougham is afgeleid, zoals Byvanck veronderstelt.

Toen mevrouw Da Costa haar brommertje bestelde, was dit voertuig al een paar jaar in de mode. De eerste brommers verschenen in 1819 in Amsterdam. Op 17 december van dat jaar schreef een zekere mejuffrouw Wägeli in een brief aan haar zuster in Venlo: 'Sinds enige tijd hebben ze hier iets nieuws. Je herinnert je vast nog wel de sleedjes. Die zijn er nog, maar er zijn er nu ook veel met wielen, getrokken door één enkel paard met een conducteur op de bok die bij iedere stop afstapt. Men noemt ze rolletjes of brommertjes.'

Deze brief wordt geciteerd in het in 1865 verschenen boek Het leven van C. en D.J. van Lennep. Bij het woord brommertje tekende auteur J. van Lennep in een voetnoot aan: 'Zij droegen dezen naam naar den stalhouder Brom te Utrecht, die ze 't eerst in zwang bracht.'

Taalkundig gezien was deze opmerking, die op andere plaatsen wordt bevestigd, een opluchting. 'Men zou anders licht meenen dat de rijtuigjes', schreef het WNT in 1902, '[deze naam] kregen naar het brommend (ratelend) geluid der lage wielen, die ze onderscheidden van de sleden'. Maar biografisch gezien is het om wanhopig van te worden, want over de Utrechtse stalhouder Brom is niets te vinden. Er zijn historische studies over Utrecht die hem in een bijzin noemen, maar meer niet. Hij is niet te vinden in de stamboom van de familie Brom - een vooraanstaand Utrechts geslacht van edelsmeden - niet in familieadvertenties, gemeentearchieven en ga zo maar door.

Het enige wat we weten is dat de uitvinder van de brommer zijn werk slecht fheeft gedaan. Niet alleen de koetsier die de gasten van Da Costa kwam halen had namelijk problemen met zijn brommertje. Het voertuig was zo onbetrouwbaar dat omstreeks het midden van de vorige eeuw werd voorgesteld alle Amsterdamse brommertjes door de politie te laten onderzoeken. Het is er nooit van gekomen, maar de koetsiers werden wel verplicht hun brommerkoetsjes voortaan van een nummer te voorzien.

Overigens is de bromfiets wél genoemd naar het brommende geluid. Het woord ontstond omstreeks 1950 en werd hoogstwaarschijnlijk verzonnen door Henri Knap, indertijd 'dagboekanier' van Het Parool. Anderen schrijven het woord toe aan journalist Gerton van Wageningen.

Andere rijtuigen die naar een persoon zijn genoemd: de clarence, een vierwielig rijtuig voor twee of vier personen, met een gebogen glazen front, naar de hertog van Clarence, de latere koning Willem IV [1765-1837]; de deleman, een huurrijtuigje op twee wielen, ooit zeer populair in Indi‘, naar de Amsterdamse ingenieur Charles Théodore Deeleman [1823-1884], die ook andere rijtuigen uitvond; de hansom, een licht rijtuig op twee wielen met twee zitplaatsen en een bok voor de koetsier achterop, in 1834 uitgevonden door de Engelse architect Joseph Aloysius Hansom [1803-1882]. Benjamin Disraeli noemde dit huurrijtuigje de 'gondel van Londen'; de stanhope, een licht tweepersoons rijtuig op twee wielen, in het begin van de 19de eeuw gemaakt voor dominee Fitzroy Stanhope [1787-1864]; en de tilbury, een licht tweewielig tweepersoons rijtuig op veren, met één paard, in de eerste helft van de 19de eeuw uitgevonden door de Engelse wagenmaker Tilbury.

Vergelijk victoria