Belubberen betekenis & definitie

besturen door half informeren

Woorden die teruggaan op politici leiden zelden een lang leven. Ze verschijnen een tijdje op spandoeken, muren of in kranten, maar waaien daarna weer over. Tenzij ze een betekenis krijgen die ver van de politiek ligt, zoals bij silhouet (z.a.).

De kabinetten van Lubbers hebben tot nu toe zeker drie van dit soort woorden opgeleverd. Twee hiervan maken zeker geen kans op een lang bestaan, ondanks het feit dat ze in 1985 een plaatsje kregen in het Politiek woordenboek van Marco Bunge.

Volgens Bunge betekent Brinkmanship 'een stoere manier van opereren', zoals aan de dag gelegd door mr. L.C. Brinkman, destijds minister van WVC. Overigens kennen ook de Amerikanen dit woord, maar dan betekent het 'politiek die tot vlak aan de rand van de oorlogsafgrond gaat', namelijk tot de brink.

Nadat in de Verenigde Staten het woord Reaganomics was ontstaan, sprak men hier een tijdje van Rudinomics: een economisch beleid dat altijd gericht is op bezuinigingen, ook als er 'meevallers' zijn. Een beleid waarvoor minister H.O.C.R. Ruding, minister van financiën van 1982 tot 1989, zich liet inspireren door het Thatcherisme.

Belubberen ontstond op 12 oktober 1983. Bunge definieert het als 'besturen door half informeren', maar dat is zeker niet hoe premier Lubbers het indertijd begreep.

De omstandigheden zijn goed gedocumenteerd. Tijdens het debat over de Rijksbegroting 1984 voerde PvdA-kamerlid Marcel van Dam een denkbeeldige employé van minister-president Lubbers ten tonele, tuinman Flipse, om aan te tonen dat de zogeheten echte minima er ondanks hun eenmalige uitkering op achteruitgingen. Dit in tegenstelling tot wat het kabinet deed voorkomen. Flipse zelf had niets in de gaten, maar toen hij met een tientje minder in zijn loonzakje thuiskwam, zei zijn vrouw: 'Volgens mij heb je je laten belubberen.'

Toen Van Dam even later zei 'Alle echte minima worden, net als die tuinman, belubberd', liep Lubbers rood aan van woede. De reactie van de minister-president kwam als volgt in de Handelingen van de Tweede Kamer terecht: 'Mijnheer de Voorzitter! Tegen deze woordspeling moet ik groot bezwaar maken. [...] De heer Van Dam probeert de suggestie te wekken dat de regering hier de zaak aan het bedonderen is. Ik acht dit volstrekt onaanvaardbaar. Als hij, hoe geestig hij dit ook vindt, een woordspeling invoegt, acht ik dat, ook als oud-collega, onder de maat! (applaus ter rechter zijde).'

De kranten spraken de dag erna van een 'ernstig conflict', maar het brandje was snel geblust. Belubberen verscheen nog een paar maal op een spandoek en er werd zelfs een singletje uitgebracht met het liedje 'Wij laten ons niet belubberen'. Maar in de algemene verklarende woordenboeken die sindsdien zijn verschenen is het niet opgenomen, daarvoor wordt het te weinig gebruikt.

In die woordenboeken zal men ook tevergeefs zoeken naar het woord lubberiaans, hoewel dat met enige regelmaat opduikt. Alleen Bunge vermeldt het, met als omschrijving: 'Kwalificatie van taalgebruik dat zweemt naar dat van premier Lubbers, hetwelk wordt gekenmerkt door briljante politieke instincten, grote vindingrijkheid, diplomatie, oorverdovende CDA-onduidelijkheid en een ongeëvenaarde zwalkende kwaliteit. Eigenschappen die bijna elke politicus Lubbers in hoge mate benijdt' - een definitie die niet vrij is van lubberiaanse elementen.

Voor andere woorden die teruggaan op Nederlandse politici, zie bij Dreesgeld. Enkele woorden die zijn afgeleid van buitenlandse politici: arafatchoker, studententaal voor 'Palestijnse sjaal', naar de in 1929 geboren Abu Ammar Yassir Arafat, sinds 1969 leider van de PLO; bismarckharing, in wijn ingelegde haring, naar Otto Eduard Leopold von Bismarck-Schönhausen [1815-1898]; gaullisme, politieke stroming die zich baseert op de denkbeelden van de voormalige Franse president Charles de Gaulle [1890-1970]; machiavellisme, sluwe gewetenloze staatkunde, naar de Florentijnse staatsman Niccol˜ Machiavelli [1469-1527]; peronisme, politiek systeem als van de voormalige president van Argentinië, Juan Peron [1895-1974]; en Poujadisme, protest van kleine luiden tegen de grote politieke machinerie, naar de in 1920 geboren Franse papierhandelaar Pierre Poujade, leider van een fascistisch georiënteerde protestbeweging. Michaïl Gorbatsjov gaf in 1990 aanleiding tot woorden als gorbifilie, gorbimanie en gorbextase.