Ewoud Sanders

Journalist, taalhistoricus, trainer

Gepubliceerd op 19-02-2018

Dreesgeld

betekenis & definitie

ouderdomsuitkering

In de middag van 21 mei 1947 werd de Noodwet-Ouderdomsvoorziening door de Eerste Kamer aangenomen. Eerder was de Tweede Kamer unaniem met het wetsvoorstel akkoord gegaan.

De Noodwet had tot doel ouden van dagen een staatspensioen te geven. Eigenlijk was de regeling voor drie jaar bedoeld, maar een definitieve voorziening liet zo lang op zich wachten dat zij tot 1958 van kracht bleef.

De Noodwet was in belangrijke mate het werk van Willem Drees. Drees werd op 5 juli 1886 in Amsterdam geboren in een orthodox-protestants gezin. Zijn vader stierf jong, het gezin verarmde en op zestienjarige leeftijd, nadat hij Troelstra en Gorter had horen spreken, bekeerde Drees zich tot het socialisme.

Hij werkte eerst als bankemployé, later als stenograaf in de Tweede Kamer en na een carrière in de Haagse gemeentepolitiek kwam hij in 1933 voor de SDAP in de Kamer. In 1940 behoorde Drees tot de groep leidinggevende politici die door de Duitsers gevangen werd gezet. Nadat hij om gezondheidsredenen was vrijgelaten bleef hij actief in het verzet, onder schuilnamen als Pietersen, Dreyfus, Derksen en Oom Willem.

Na de oorlog zou Drees uitgroeien tot een van de belangrijkste Nederlandse staatslieden. Hij was premier van 1948 tot 1958 en buitengewoon geliefd. 'Zijn eenvoud werd bijna spreekwoordelijk', schreef een collega. 'Met de tram naar kantoor en tussen de middag naar huis. Zijn soberheid zal ambtenaren nog jarenlang heugen.'

De basis voor zijn populariteit werd gelegd door de Noodwet, beter bekend als het 'wetje van Drees'. 'Willem Drees wordt Vader Willem', aldus een historicus, 'en er moeten ouden van dagen zijn geweest die niet beter wisten of Drees betaalde de noodwet uit eigen zak.'

Niet dat hij nu zo veel betaalde. De Noodwet regelde dat ongehuwden en gehuwde mannen van 65 jaar en ouder een ouderdomsuitkering kregen van respectievelijk 636 en 1116 gulden. Per jaar! En dat alleen als ze niet meer werkten en jaarlijks niet meer te besteden hadden dan gemiddeld 1300 gulden.

Bovendien waren er allerlei kortingen en was de uitkering in de laagste van de vijf klassen zo'n twee- tot driehonderd gulden minder.

Toch was Drees zeer opgetogen over zijn Noodwet. W.F. de Gaay Fortman zocht de uitgesproken geheelonthouder in zijn kamer op direct nadat de wet was aangenomen. 'Hij stond met zijn rug naar de deur voor het raam... en rookte een sigaret. Ik bleef min of meer getroffen staan. Hij draaide zich om, zag mijn verbazing en zei haast verontschuldigend: 'Ik vind dat ik dit verdiend heb.''

Drees ontving honderden brieven van dankbare bejaarden. De uitdrukkingen trekken van Drees of Drees krijgen voor 'een ouderdomsuitkering ontvangen' raakten in zwang en woorden als Dreesgeld en Dreestrekker deden hun intrede in de Nederlandse taal.

Na de val van zijn kabinet in december 1958 trok Drees zich uit de actieve politiek terug. Hij stierf op 14 mei 1988, 101 jaar oud.

Enkele andere woorden die aan Nederlandse politici zijn ontleend: een Lucaskind, kind waarvoor aanspraak gemaakt kan worden op aftrek in de inkomstenbelasting, boven de drievoudige aftrek voor een buitenshuis studerend kind, naar dr. A.M. Lucas [1893-1975], van 1946 tot 1967 financieel deskundige van de KVP en zelf vader van zeven kinderen; een piersonnetje, een belastingbiljet, naar mr. N.G. Pierson [1839-1909] die in 1897 als minister van financiën het belastingstelsel zo hervormde dat er meer aanslagbiljetten moesten worden ingevuld; een posthumacake, regeringsbrood, naar minister F.E. Posthuma [1874-1943], tijdens de Eerste Wereldoorlog verantwoordelijk voor de voedselvoorziening. Ook posthumaschurft of posthumajas; een Schaepmannetje, de tweede borrel, naar H.J.A.M. Schaepman [1844-1903], voorzitter van de Katholieke Staatspartij. Toen iemand tijdens de behandeling van de drankwet in de Kamer beweerde: een werkman heeft recht op een borrel, zou Schaepman hebben gezegd: 'wel op twee borrels'; en een travaglinootje, een halfje advocaat, naar het spraakmakende katholieke Kamerlid J.A.N. Travaglino [1831-1905]. Travaglino was eerst advocaat in Amsterdam en klein van stuk.

Vergelijk belubberen en kezen