Dr. Chris Schriks

Uitgever-drukker, auteur, historicus

Gepubliceerd op 17-11-2016

2016-11-17

Stichting Wijnhuisfonds

betekenis & definitie

Het doel van het Wijnhuisfonds te Zutphen is het behoud van het bouwkundig erfgoed in ruime zin. De Stichting, opgericht op initiatief van het gemeentebestuur, begon haar werkzaamheden in 1927, nadat Zutphen – de eerste monumentenstad in Gelderland – beschikte over een Monumentenverordering, een Monumentencommissie en een monumentenlijst.

Toen het juridisch instrumentarium voorhanden was, probeerde de Stichting – op haar gebied een van de oudste in het land – de burgerij het besef bij te brengen dat het behoud van het bouwkundig erfgoed zowel in cultureel, sociaal, als economisch opzicht een bestaansvoorwaarde was voor een leefbare stad. Zij deed dat door het verwerven, restaureren en het bewaken van het onderhoud van monumenten.

Aanvankelijk bestond veel verzet waardoor in de crisis- en oorlogsjaren de resultaten gering waren. Belangrijke beeldbepalende monumenten waren door oorlogshandelingen in de herfst van 1944 en bij de bevrijding in 1945 verwoest of hadden grote schade opgelopen. In 1948 werd de Walburgskerk door een grote brand getroffen, waardoor een groot deel van de toren verloren ging.

In de jaren zestig en zeventig verwierf de Stichting, met financiële hulp van gemeente, provincie en rijk, een aantal belangrijke beeldbepalende en beeldondersteunende panden. Ook richtte zij haar aandacht op straatwanden, stadswijken en het stadsgezicht en stuurde zij aan op bestemmingsplannen. In het Monumentenjaar 1975 werden Wijnhuisfonds en zijn secretaris Jhr. mr. M.W.C. (Minus) de Jonge onderscheiden. De Jonge was een halve eeuw als ‘schutspatroon’ van het bouwkundig erfgoed aan het Wijnhuisfonds verbonden.

Ondanks de kritiek telde de Stichting op haar hoogtepunt 1200 donateurs. Ook na de verschraling van het fiscale klimaat en de beperking van subsidies ging het Wijnhuisfonds onverdroten voort met het restaureren en onderhoud van het stadsschoon. Naar het woord van Virgillius: Exigui numero sed bello vivida virtus. Zij waren gering in aantal, maar hun strijdlust was vurig.