voortplanting betekenis & definitie

Het krijgen van kinderen (‘nageslacht’).

‘Nageslacht’ zijn bij de mens de kinderen die een man en vrouw samen voortbrengen, bij dieren de kleintjes die een mannetje en een vrouwtje samen verwekken. De man verwekt het kind, de vrouw maakt het kind.

De mens plant zich geslachtelijk voort. Daarbij versmelten twee geslachtscellen, één van een man (zaadcel) en de ander van een vrouw (eicel). Die cellen bevatten in hun kern elk de helft van het aantal halve chromosomen die in alle andere lichaamscellen zitten. In de chromosomen zitten alle erfelijke eigenschappen (genen) voor de nakomeling. Wanneer de zaadcel en de eicel zich verenigen (bevruchting), versmelten de kernen. De chromosomen van de moeder en de vader worden vermengd. Er ontstaat dan een nieuwe cel met een volledig aantal chromosomen. Die cel gaat zich delen totdat er negen maanden later zo veel cellen zijn dat het geheel als mens buiten de moeder op aarde kan gaan leven. Dat is dan de geboorte.

Er bestaat ook een ongeslachtelijke voortplanting (maar niet bij de mens), waarbij geen mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen nodig zijn. De vermenigvuldiging van eencellige organismen (zoals bacteriën en gisten) gebeurt bijvoorbeeld ongeslachtelijk, gewoon door deling. Geslachtelijke voortplanting heeft als voordeel dat een soort zich beter kan aanpassen aan zijn omgeving (zie survival of the fittest bij evolutieleer).