zaadcel betekenis & definitie

Geslachtscel van de man.

Zaadcellen zitten in sperma (zaad). Ze zijn zo klein, dat je ze met het blote oog niet ziet. Onder de microscoop lijken ze op kikkervisjes. Ze hebben een kop (waarin chromosomen zitten), een middenstuk en een staart. Met die staart kunnen ze na het vrijen met een vrouw vanuit de vagina door de baarmoedermond, de baarmoederhals en de baarmoeder naar hun doel zwemmen: de eicel, die ze van de natuur moeten bevruchten. De bevruchting gebeurt meestal in de eileider, die tussen de baarmoeder en de eierstok in zit. Dan smelten de zaadcel en de eicel tot één cel samen. De staart gaat dan verloren.

In één zaadlozing kunnen 400 miljoen zaadcellen zitten. Het lijkt een beetje raar dat een man zo veel zaadcellen maakt, terwijl er uiteindelijk maar één nodig is om een kind te verwekken (of een paar voor een meerling). Bedenk dan wel dat mannen die minder dan 20 miljoen zaadcellen per zaadlozing maken, al minder vruchtbaar zijn. Hun zaad maakt een vrouw niet gemakkelijk zwanger en dat ligt dan niet aan de vrouw.

Ook spermacel, spermatozoön. Kijk ook bij bevruchting, eicel, zwangerschap.