simulatie betekenis & definitie

Het bewust nadoen van een ziekte die je helemaal niet hebt om zo een voordeel te behalen.

Sommige mensen doen alsof ze een ziekte of een beperking hebben wanneer ze bij iemand zijn die over hen gaat beslissen. Ze zijn bijvoorbeeld bij de dokter voor een medische keuring vanwege een sociale uitkering of bij de politie voor een verhoor vanwege verdenking op een misdrijf. Zo hopen ze een uitkering te krijgen waarop ze geen recht hebben omdat hun eigenlijk niets mankeert of hopen ze aan straf te ontsnappen. Of ze hopen dat de dokter hun een geneesmiddel voorschrijft waaraan ze verslaafd zijn geraakt maar dat ze medisch gezien niet nodig hebben. Zo’n persoon wordt een ‘simulant’ (ongeveer: aansteller) genoemd.

Als een voetballer op het veld door een tegenstander is getackeld en met hooguit een blauw plekje op de grond ligt, maar intussen wel moord en brand schreeuwt, kermt en spartelt wanneer ze hem op de draagbaar leggen en van het veld afvoeren, is ook dat simulatie. Zo’n voetballer hoopt dat zijn aanstellerig gedrag een rode kaart voor het andere elftal oplevert. Als hij dan één minuut later alweer aan de zijlijn staat te trappelen om in het veld te komen, wil de scheidsrechter hem nog wel eens een minuutje extra laten wachten.

Kijk ook bij münchhausensyndroom.