dokter wat is de betekenis & definitie

Iemand die de studie geneeskunde heeft afgemaakt, het artsendiploma heeft gekregen

en daarna als beroep patiënten behandelt.

Een dokter is een arts (‘medicus’), maar een arts is niet altijd een dokter. Lees daarom ook de tekst in dit boek over ‘arts’. Het woord ‘geneesheer’ was een halve eeuw geleden nog gewoon, toen vrijwel alle artsen mannen waren. Nu is het een ouderwets woord, want ongeveer evenveel vrouwen als mannen zijn arts. Vooral in België spreken nog veel mensen van ‘geneesheer’ bij een man én een vrouw. In een advertentie vragen ze bijvoorbeeld een ‘geneesheer m/v’ om te solliciteren. Dat doen ze omdat ze het lang geleden zo hebben geleerd, omdat ze denken dat dit ouderwetse woord nog steeds officieel volgens de wet moet worden gebruikt of… ze doen het gewoon om indruk te maken. Maar er zijn mensen in de volksvertegenwoordiging in België die hun best doen om het woord ‘geneesheer’ uit de wetteksten te krijgen en het woord ‘arts’ erin te krijgen. Soms hebben oudere mensen in België het over ‘den doktoor’ of bij een vrouw over ‘de dokteres’.

Je moet de woorden ‘dokter’ en ‘doctor’ niet verwarren. In de uitspraak klinken ze ongeveer hetzelfde. Iemand wordt een doctor (dus niet ‘dokter’) genoemd als die persoon gepromoveerd is. Je mag jezelf ‘doctor’ noemen als je aan een universiteit na de studie met succes een uitgebreid onderzoek naar iets hebt gedaan. Ook wanneer je bijvoorbeeld als advocaat, bioloog of leraar Frans bent gepromoveerd, ben je ‘doctor’. Het woord ‘doctor’ komt van het Latijnse ‘docere’ (onderwijzen), waarvan ook het woord ‘docent’ (= leraar) komt. Als dokters na hun studie gepromoveerd zijn, kunnen ze dus ook doctor zijn. Wie klaar met een studie is maar niet gepromoveerd is, heet in Nederland ‘doctorandus’, letterlijk: ‘wie nog moet promoveren’. Veel dokters komen er niet aan toe te promoveren, omdat dat veel tijd kost en ze toch al een drukke baan hebben.

Ook arts, geneesheer. Kijk ook bij arts, artseneed, verpleegkundige, verpleeghulp.