pijn betekenis & definitie

Vervelend of soms ondraaglijk gevoel, vaak door kapot weefsel.

Pijn kan dof zijn, zeuren of steken. Dit gevoel, dat iedereen wel kent, kan op een klein plekje zitten (plaatselijke, lokale pijn) of overal op of in het lichaam zitten (algemene, ‘gegeneraliseerde’ pijn). Pijn komt door verschillende stoffen die ontstaan bij beschadiging van het lichaam. Cellen in beschadigd weefsel geven stoffen af die op de zenuwuiteinden werken. De zenuwuiteinden geven een pijnsignaal aan de hersenen af: je voelt pijn. Door pijn in een verwond of ziek deel van je lichaam kun je minder goed bewegen. Dat is beter voor de genezing. Mensen in de tropen met lepra voelen geen pijn.

Wanneer ze zich ongemerkt bezeren, kan een wondje ongemerkt gaan zweren. De zweer wordt vaak heel erg, juist doordat die mensen geen pijn voelen en weinig van de ernstige wond merken.
Op verschillende plekken in dit woordenboek vind je uitleg over soorten pijn, zoals aangezichtspijn, buikpijn, clusterhoofdpijn, fantoompijn, gewrichtspijn, hoofdpijn, keelpijn, kiespijn, koliekpijn, lage rugpijn, luchtpijn, maagpijn, menstruatiepijn, middenpijn, ontstekingspijn, oorpijn, pijn op de borst (angina pectoris), rugpijn, spanningshoofdpijn, spierpijn, startpijn, stijve nek, stresshoofdpijn en zenuwpijn.