orgaan betekenis & definitie

Onderdeel van het lichaam met een eigen taak.

Elk orgaan bestaat uit een eigen soort lichaamscellen. Voorbeelden van een orgaan zijn
het oog, de schildklier, de nier en de milt. Het grootste menselijke orgaan is de huid. Dat orgaan bedekt het hele lichaam. De lever is het op een na grootste orgaan in het lichaam.

Sommige organen vormen samen een orgaansysteem oftewel orgaanstelsel. Ze doen hun werk dan samen: bijvoorbeeld de ademhalingsorganen (neus, luchtpijp, longen) en de spijsverteringsorganen (slokdarm, maag, darmen, lever, galblaas en alvleesklier).
De dokter gebruikt het bijvoeglijk naamwoord ‘organisch’ voor een ziekte die duidelijk door een ziek orgaan komt, in tegenstelling tot ziektes van de geest (‘tussen de oren’). Het woord heeft nog meer betekenissen. Zo is ‘organisch voedsel’ eten zonder kunstmatige stoffen erin.