orgaandonatie betekenis & definitie

Het afstaan van organen, zoals nieren, hart, longen, lever en alvleesklier.

Veel mensen zijn ernstig ziek doordat een van hun organen (bijvoorbeeld een nier) niet of slecht werkt. Zij zouden sterk opknappen door weefsel of een vervangend orgaan uit het lichaam van iemand anders. Iemand die gezond is en door een ongeluk doodgaat, heeft weefsel of organen in het lichaam die daarvoor kunnen worden gebruikt. Dat weefsel of het orgaan wordt dan door de chirurg uitgenomen en getransplanteerd. De zieke persoon blijft hierdoor in leven en krijgt een betere gezondheid.

Veel patiënten die weefsel of een orgaan nodig hebben, staan op een wachtlijst. De overheid vraagt de mensen via radio, televisie, internet en in de krant een donorcodicil of donorformulier op te stellen. Ruim 3 miljoen Nederlanders hebben aangegeven hun organen en/of weefsels na hun dood voor transplantatie beschikbaar te stellen. Toch bestaat in Nederland nog steeds een tekort aan donororganen. In de wet is vastgelegd dat een orgaan van iemand die bijvoorbeeld bij een auto-ongeluk omkomt, niet zomaar mag worden gebruikt. Daarvoor moet die persoon zelf toestemming hebben gegeven en een donorcodicil of donorformulier hebben ingevuld. Als zo iemand is overleden en dat niet heeft gedaan, moet de familie toestemming geven.

Wie door een donorcodicil of donorformulier aangeeft donor te willen zijn, moet ouder dan 12 jaar en wilsbekwaam zijn. ‘Wilsbekwaam’ betekent dat iemand zelf in staat is de eigen leefsituatie te beoordelen, de informatie kan begrijpen die daarbij hoort en snapt wat de gevolgen van handelingen en beslissingen zijn. Kan iemand dat niet, dan wordt zo iemand ‘wilsonbekwaam’ genoemd.

Pas wanneer zo iemand is doodgegaan, kijken dokters of de aangeboden organen geschikt voor donatie en transplantatie zijn. Dokters gebruiken geen organen van sommige mensen voor transplantatie als ze denken dat die mensen meer kans hebben een ziekte onder de leden te hebben. Die zouden ze dan ongewild met het donororgaan meegeven. Bijvoorbeeld mensen die drugs gebruiken, mensen met een ongeneeslijke besmettelijke ziekte en homoseksuele mensen kunnen geen orgaandonor zijn. Sommige van deze mensen voelen zich hierdoor gediscrimineerd.

Kijk ook bij donornier.