nicotine betekenis & definitie

Giftige stof die in tabak zit, dus in sigaretten, sigaren en shag.

In de zestiende eeuw barstte de Franse koningin van de hoofdpijn. Ze liet de Fransman Jean Nicot van ver komen haar daarvan af te helpen. Die kwam met de tabaksplant. En dat hielp. In tabak zit de stof die in de negentiende eeuw naar meneer Nicot is vernoemd.

Nicotine is verslavend. Na één trekje van een sigaret gaat de nicotine meteen via het bloed van de longen naar de hersenen. De stof geeft mensen een rustig en prettig gevoel. Het grootste probleem van nicotine is dat mensen daardoor verslaafd aan sigaretten raken. Sigaretten zijn door de teer erin heel slecht voor het hart, de bloedvaten (zie aderverkalking) en de longen (zie chronische bronchitis, longemfyseem, longkanker). Iemand die verslaafd aan sigaretten (= nicotine!) is, kan heel moeilijk stoppen met roken. Stoppen ze, dan krijgen ze eerst allerlei ontwenningsverschijnselen, zoals humeurigheid, hoofdpijn, slapeloosheid en tintelingen in de handen en voeten. Meestal hebben ze hulp nodig om te stoppen.