narcose betekenis & definitie

Vorm van verdoving waarbij de dokter iemand vlak voor een ingreep bewusteloos heeft gemaakt en het gevoel (ook voor pijn) heeft uitgeschakeld (uitspraak: nar-KOO-zu).

De dokter die een narcose geeft, is de anesthesist. Anesthesisten geven narcose met een gas, dat door de neus of mond wordt ingeademd en in de longen terechtkomt, of door een vloeistof, die ze in een bloedvat spuiten. Ze brengen je onder narcose voordat daarna een dokter of chirurg een ingreep doet. Daar voel je dan helemaal niets meer van. Dat kan een grote operatie zijn, maar soms ook een kleine maar vervelende ingreep waar je zonder verdoving veel hinder van zou hebben, zoals gepeuter diep in je keel.

Ook volledige anesthesie. Kijk ook bij anesthesie, ruggenprik, verdoven, verdovingsmiddel.