iris betekenis & definitie

Het gekleurde deel van het oog, met middenin een opening, de pupil.

De iris is bij de meeste mensen blauwig, groenig of bruin, soms met roestvlekjes (oranje) erin. De kleur van de iris is erfelijk bepaald. Als vader en moeder allebei blauwe ogen hebben, is de kans groot dat jij die iriskleur van hen erft. Bij bruine ogen geldt precies hetzelfde. Maar heeft de één bruine ogen en de ander blauwe, dan heb je als kind meestal bruine ogen. Die kleur is overheerst over blauw (‘is dominant’). Door de pupil erin komt het licht in het oog.

Ook regenboogvlies. Kijk ook bij pupil.