borstvoeding (geven) wat is de betekenis & definitie

Het geven van moedermelk uit de borst aan een baby.

Alle moeders maken normaal gesproken na de bevalling moedermelk in de borsten. De borsten kunnen wel twee keer zo groot worden doordat ze vol met melk raken. De borsten maken tijdens het geven van de borst zoveel moedermelk als de baby op dat moment ‘wegdrinkt’. De melkaanmaak (‘stuwing’) stopt vanzelf aan het einde van het voeden.

Soms vangt de moeder moedermelk op een flesje om in de koelkast te bewaren en later uit de fles aan de baby te geven. Dat kan bijvoorbeeld op een plaats waar sommige moeders de borst niet graag tevoorschijn halen: in een restaurant, bus of trein. Dat afnemen heet ‘kolven’. De voordelen van borstvoeding boven flesvoeding zijn bijvoorbeeld overdracht van afweerstoffen, minder kans op infecties, een goede binding tussen moeder en kind. Nadelen zijn bijvoorbeeld de kans op een tekort aan stoffen zoals ijzer, fluoride en vitamine D en K.

Ook lactatie, zogen.