bloedtransfusie wat is de betekenis & definitie

Het geven van bloed aan een ziek iemand die extra bloed nodig heeft.

Mensen die veel bloed hebben verloren door een ongeluk of operatie, krijgen extra bloed door een bloedtransfusie. Dat gebeurt soms ook bij ernstige bloedarmoede (anemie). Hoeveel bloed, dat hangt af van hoe erg iemand eraan toe is. Ook wordt goed gecontroleerd dat het bloed van de patiënt en het bloed in de bloedzak dezelfde bloedgroep hebben, zodat de persoon niet ziek door de transfusie kan worden.

De eerste bloedtransfusie ter wereld werd waarschijnlijk uitgevoerd bij de doodzieke paus Innocentius VIII in 1492 (het jaar dat Columbus Amerika ontdekte). De geneesheren van de paus namen bij drie jongetjes bloed af en gaven dat aan de bejaarde paus, in de hoop dat hij daardoor weer jong zou worden. De jongetjes overleefden het niet en de paus veel later ook niet. Ook bij bloedtransfusies in latere tijden wisten de doktoren nog niet goed wat bloed is en precies doet. Pas in 1628 ontdekte de Engelse dokter William Harvey dat het hart bloed in het lichaam rondpompt (zie bloedsomloop). In de zeventiende eeuw werden veel met bloedtransfusie geëxperimenteerd. Daar viel wel eens per ongeluk een dode bij. Toen in Rome weer twee patiënten door zo’n experiment doodgingen, verbood de paus het bloed afnemen en geven bij katholieke mensen.

Het heeft nog lang geduurd voordat een bloedtransfusie veilig verliep en gewoon werd gevonden. De ontdekking van bloedgroepen, ruim een eeuw geleden, heeft ervoor gezorgd dat nu heel weinig mensen door een bloedtransfusie doodgaan.