bevallen wat is de betekenis & definitie

Een kind ter wereld brengen.

Veel mensen verwarren de woorden voor wat aan het einde van een goede, gezonde zwangerschap gebeurt. De woorden ‘bevalling’ en ‘baring’ slaan op hoe de vrouw het kind op de wereld brengt (dokters noemen dit ook wel ‘partus’). Het woord ‘verlossing’ slaat op de hulp hierbij van anderen: de verloskundige (‘vlos’, vroedvrouw), de gynaecoloog (vrouwenarts) en anderen helpen de vrouw bevallen oftewel baren en ‘verlossen’ haar van het kind. Het woord ‘geboorte’ slaat op het kind dat dan op de wereld komt. Dus aan het einde van een bevalling komt door verloskundige hulp een geboorte.
De afdeling in het ziekenhuis waar vrouwen bevallen is de kraamafdeling. De verloskamer is de kamer waar het kind ter wereld komt. De vrouw moet flink haar best daarvoor doen. Daarom heet de verloskamer in België de ‘arbeidskamer’ en ook wel het ‘moederhuis’. Wanneer je op bezoek gaat bij een moeder die net een kindje heeft gekregen (en soms nog in bed thuis uitrust), ga je op kraamvisite.

‘Bevallen’ betekent oorspronkelijk ‘zo vallen dat je niet meer kunt opstaan’, ‘bedlegerig worden’, ‘te beurt vallen’ (‘beurt’ = geboorte; denk maar aan het Engelse woord ‘birth’, dat hetzelfde betekent). Uit de betekenis ‘te beurt vallen’ is later de betekenis ‘aanstaan’, ‘behagen’ gekomen, zoals in: ‘Dit boek bevalt mij wel.’ Dat leverde weer het mooie, ouderwetse woord ‘bevallig’ op, in de betekenis van ‘elegant’ of ‘sierlijk’ (‘de dansers bewegen bevallig’).

Ook baren. Kijk ook bij geboorte, keizersnede, kunstverlossing, opwekking van de geboorte, zwangerschap.