Wat is de betekenis van bevallen?

2019
2021-06-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bevallen

bevallen - Werkwoord 1. ergatief iets als aangenaam ervaren Die houding beviel hem geenszins. 2. ergatief het leven schenken aan een kind Zij is thuis van een wolk van een zoon bevallen. bevallen - Werkwoord 1. voltooid deelwoord...

Lees verder
2018
2021-06-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bevallen

bevallen - onregelmatig werkwoord uitspraak: be-val-len 1. een kind ter wereld brengen ♢ mijn vrouw is bevallen van een zoon 2. in de smaak vallen, gewaardeerd worden ♢ hoe bevalt de nieuwe fiet...

Lees verder
2010
2021-06-21
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

bevallen

Een kind ter wereld brengen. Veel mensen verwarren de woorden voor wat aan het einde van een goede, gezonde zwangerschap gebeurt. De woorden ‘bevalling’ en ‘baring’ slaan op hoe de vrouw het kind op de wereld brengt (dokters noemen dit ook wel ‘partus’). Het woord ‘verlossing’ slaat op de hulp hierbij van anderen: de verloskundige (‘vlos’, vroedvro...

Lees verder
1980
2021-06-21
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Bevallen

Bevallen in de betekenis: een kind baren is hetzelfde werkwoord als bevallen in de betekenis: behagen. Wij moeten uitgaan van bevallen: op iets neervallen. Jan Luyken schrijft over een vlinder die van boven een bloem bevalt, dus: er op neerdaalt. Ook voor het invallen van de duisternis werd bevallen gebruikt. Dan zegt men het ook voor: op het bed n...

Lees verder
1973
2021-06-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

bevallen

bevallen - (beviel, heeft en is bevallen), 1. in de kraam komen, een kind ter wereld brengen: zij is van een dochter -; 2. behagen, aanstaan: het leven hier bevalt mij; die mensen — mij niet, ik vertrouw hen niet.

Lees verder
1952
2021-06-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bevallen

1. v.; (behagen), bifalle, (bi)haegje, foldwaen, oanstean, noaskje, sinnigje, lykje; dat bevalt mij, dêr mei ik wol oer; niet —, misfalle. 2. v.; (baren), bifalle, yn 'e kream reitsje, komme, kreamje, fan ’e baen reitsje, bernje; moeten —, oer de glêzen brêge moatte,...

Lees verder
1950
2021-06-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bevallen

(beviel, heeft en is bevallen), 1. (veroud.) bedlegerig worden; thans nog gewoon van zwangere vrouwen: in de kraam komen, van een kind verlost worden : zij is van een dochter bevallen ; 2. behagen, aanstaan, stroken met iem.’s smaak : 't leven hier bevalt mij ; ’t bevalt mij hier goed ; hoe is ’t u be...

Lees verder
1898
2021-06-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Bevallen

zie Aanstaan.

1898
2021-06-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bevallen

Het begrip bevallen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. bevallen - BEVALLEN, (beviel, heeft bevallen), behagen, aanstaan • ‘t leven hier bevalt mij; ‘t bevalt mij hier goed; (vaak met zijn vervoegd) hoe is ‘t u bevallen ?; dat boek bevalt mij, valt in mijn smaak; — die menschen bevallen mij niet, ik vertrouw ze niet...

Lees verder