Krijn Soeteman

Wetenschapsjournalist

Gepubliceerd op 02-05-2022

Fiat (geld)

betekenis & definitie

Geld dat zijn waarde niet ontleent aan de materie waar het uit gemaakt is, zoals bij goud; meestal door een door de overheid uitgegeven munteenheid, ook: fiduciair geld.

Meestal is fiduciair geld geld met een wettelijke grondslag, zoals een wettig betaalmiddel of ‘legal tender’. Als het geld wordt uitgegeven door een overheid die vertrouwen geniet van de burgers, dan zal het geld over het algemeen weinig in waarde fluctueren ten opzichte van goederen.

Fiatgeld is praktisch voor overheden, want het kan makkelijk in omloop gebracht worden, ook wel ‘geldschepping’ genoemd. Dat laatste kan zorgen voor (hyper)inflatie.

Fiatgeld heeft eigenlijk altijd bestaan in vele vormen. Een bekende vorm is bijvoorbeeld de wissel (wisselbrief) die door een bankier aan cliënten werd verstrekt. De Bank van Amsterdam begon hier in de zeventiende eeuw mee.

In Frankrijk experimenteerde men met papiergeld in 1719 en 1720.

In China werd papiergeld al in de elfde eeuw gebruikt door munten af te geven bij speciale kantoortjes en daar vervolgens wissels voor terug te krijgen. Die werden gebruikt als geld, omdat ze overal inwisselbaar waren en aanzienlijk makkelijker te vervoeren dan munten.