kleur betekenis & definitie

1. Elk van de vier groepen van dertien kaarten uit het spel, d.w.z. schoppen, harten, ruiten en klaveren.

2. Het specifieke bezit van een speler in een kleur. In uitdrukkingen als ‘een goede kleur’, ‘een lange kleur’, ‘een lege kleur’ e.d.

Zie ook: speelsoort