Kerst betekenis & definitie

Kerst, kerstfeest, kerstmis, christelijke feestdag op 25 december, waarop de geboorte van Jezus wordt gevierd. Ook ter aanduiding van eerste en tweede kerstdag.

Kerst is een vernederlandste vorm van Christus (zie ook dat artikel), een van de benamingen van Jezus, waarvan de Latijnse uitgang weggelaten werd en waarin klinker en r van plaats wisselden. Deze naam Christus was bij de geboorte van Jezus, waar wij kerst mee verbinden, nog niet aan de orde; hij werd pas later in zijn leven toegekend. Kerst was in de Middeleeuwen de gewone vorm voor Christus. De feestdag van Jezus’ geboorte werd kerstmis, Christusmis dus, genoemd; later is bij de de reformatorische kerken kerstfeest in gebruik geraakt. Als wij het over kerst, de kerstdagen, hebben, is dat een verkorting uit kerstmis of kerstfeest. Met dit element zijn weer talloze afleidingen en samenstellingen gevormd, die verwijzen naar het bijbelverhaal (kerstkindje, kerstboodschap), maar vooral naar de festiviteiten rondom het kerstfeest (kerstboom, kerstvakantie).

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 23905-8. Doe vraechde ihesus hare menen. / Wie si seiden dat hi ware. / Pieter die sprac openbare. / Du best kerst des leuens gods sone. (Toen vroeg Jezus hun mening, wie zij zeiden dat hij was. Petrus zei duidelijk: U bent Christus, de zoon van de levende God.)

Gebruiksvoorbeeld: Om zes uur moeten de jongens weer naar cel. ‘Er zijn minder bewaarders, Kerst valt in een weekeinde.’ (NRC, 24-12-1999, p. 3)

Gebruiksvoorbeeld: Natuurlijk zijn er nog wel mensen die boerenkool en erwtensoep eten met Kerstmis. (Een witte kerst. Kerstverhalen, 1994, p. 90)

Gebruiksvoorbeeld: Dit weekeinde viert Nederland het Kerstfeest. Anders dan anders zullen de kerken volstromen. (Trouw, 24-12-1999, p. 25)

Kerstster, ster ter decoratie in de kersttijd; kamerplant met rozetten van rode, roze of witte schutbladeren, die rond de kerst populair is (Euphorbia pulcherrima).

Deze van oorsprong tropische plant doet met de felgekleurde rozetten aan sterren denken. De ster is een van de belangrijkste symbolen van het kerstfeest, omdat het kerstevangelie vertelt van de ster die boven de geboorteplaats van Jezus aan de hemel stond en de wijzen uit het oosten de weg wees: ‘Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen’ (Mattëus 2:2, NBV).

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 21406-9. Die coninghe ghinghen vter stede. / Ende die sterre ghinc vor hem mede. / Tote dat soe ghinc staen vp thuvs bouen. / Dar dat kint was dat wi louen. (De koningen gingen de stad uit, en de ster ging voor hen uit, totdat ze stil bleef staan boven het huis waar het kind was, dat wij loven.)

Gebruiksvoorbeeld: In Schagerbrug, in Noord-Holland, zaten de kinderen vandaag druk te vouwen. Want ze moeten razendsnel zorgen voor 600 papieren kerststerren [voor een inzamelingactie]. (Jeugdjournaal, dec. 1992)

Gebruiksvoorbeeld: Kortedagplanten leggen alleen in het donkere jaargetijde met minder dan 12 uur licht per dag bloemknoppen aan. Als overtuigend voorbeeld kan hier de Euphorbia pulcherrima, de kerstster, genoemd worden. (R. Herwig en M. Schubert, Het grote kamerplantenboek. Wageningen:Zomer en Keuning, 1974, p. 54)

Gepubliceerd op 11-05-2017