Wat is de betekenis van zindelijk?

2019
2020-11-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zindelijk

zindelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. zijn natuurlijke behoeften beheersend de kinderen zijn op die leeftijd meestal nog niet zindelijk 2. helder, proper, rein, schoon 3. ethisch of rationeel zuiver (puur) Woordherkomst (eigenlijk 'zinnelijk':) afgeleid van zin met het achtervoegsel...

Lees verder
2018
2020-11-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zindelijk

zindelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: zin-de-lijk 1. wat te maken heeft met het schoonhouden ♢ zijn wc is niet erg zindelijk 2. wie niet meer in zijn broek plast ♢ Frank was met twee jaar...

Lees verder
1980
2020-11-24
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

zindelijk

zie zinnelijk

1973
2020-11-24
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

zindelijk

bn. en bw. (-er, -st), 1. proper, schoon, net; 2. de aandrang van de natuurlijke behoeften beheersend, zich of de dingen in zijn omgeving niet bevuilend: die hond is niet te maken; 3. (fig.) ethisch of rationeel zuiver, niet troebel: — denken, zonder onlogische bijmengsels.

Lees verder
1898
2020-11-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZINDELIJK

ZINDELIJK, bn. bw. (-er, -st), rein, zuiver, net, schoon: een zindelijk tafelkleed; zich zindelijk houden; — zindelijk eten, zonder morsen; — zindelijk werken, zonder alles vuil te maken; — op zindelijkheid gesteld : eene zindelijke meid. ZINDELIJKHEID, v.

Lees verder
1898
2020-11-24
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Zindelijk

zie Helder.