Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 30-10-2017

zindelijk

betekenis & definitie

zindelijk - Bijvoeglijk naamwoord
1. zijn natuurlijke behoeften beheersend
de kinderen zijn op die leeftijd meestal nog niet zindelijk
2. helder, proper, rein, schoon
3. ethisch of rationeel zuiver (puur)

Woordherkomst
(eigenlijk 'zinnelijk':) afgeleid van zin met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-

Antoniemen
onzindelijk