Wat is de betekenis van zelden?

2024-06-13
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-13
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zelden

zelden - Bijwoord 1. bijzonder weinig voorkomend Hij heeft zelden aan deze zaak aandacht besteed. Antoniemen dikwijls, vaak

2024-06-13
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

zelden

zelden - bijwoord uitspraak: zel-den 1. bijna nooit ♢ ik kom zelden in de stad Bijwoord: zel-den Synoniemen sporadisch Tegenstellingen dikwijls, frequent, meermaals, meermalen, menigmaal, regelmatig, vaak, veel, veelvuldig

2024-06-13
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Zelden

adv., selde(n), sel(d)sum, komselden, inkeldris.

2024-06-13
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zelden

I. bw., slechts een enkele keer, bij uitzondering, zeer weinig: ik ga zelden uit; II. bn., (dicht.) zeldzaam : in zeldene liefde ; elke zeldener keer (A. Roland Holst).

2024-06-13
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

zelden

bw. (niet dikwijls): ik spreek hem zelden.

2024-06-13
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

zelden

bw. niet dikwijls: ik zie hem -; - of nooit, zogoed als nooit. ➝ spoed, waarheid. Syn. soms.

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-13
Het juiste woord

Dr. L. Brouwers (1928)

Zelden

Adjectief: zeldzaam, weinig, schaars, spaarzaam, sporadisch, onregelmatig, eendaags, atemporeel. Bijwoord: zelden, zelden of nooit, te hooi en te gras, eenmaal, eens, een keer, ereis, ene reis, in één keer, voor één gang, eens voor al, eens en voor goed, voor eens en voor altijd, nu eens dan weer, soms, so...