Wat is de betekenis van worden?

2019
2021-06-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

worden

worden - Werkwoord 1. (auxl) vormt de lijdende vorm "Ik word geslagen" is een lijdende zin. 2. (copl) gaan zijn, zich ontwikkelen tot Hij wil piloot worden als hij groot is. 3. ergatief: gaan kosten Dat wordt dan zes...

Lees verder
2018
2021-06-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

worden

worden - onregelmatig werkwoord uitspraak: wor-den 1. beginnen te zijn of in de toekomst zullen zijn ♢ het wordt koud buiten 1. het eens worden [overeenstemming bereiken] ...

Lees verder
1973
2021-06-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

worden

(werd, is geworden), I. beginnen te zijn, ontstaan: wat zal daaruit —?, het resultaat zijn; hoe het — zal staat in de folder; II. koppelww., overgaan in een andere zijnstoestand: hij wordt dik, groot, ziek; kinderen — mensen; dat wordt niets, daar komt niets van terecht; het is niets geworden tussen hen, het is niet tot een huwe...

Lees verder
1952
2021-06-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Worden

v., wurde, w a e r d, w u r d e n (w o a r n); dat wordt niets, dat kin neat wurde.

1950
2021-06-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Worden

(werd, is geworden), 1. beginnen te zijn, ontstaan: God zeide: daar zij licht en daar werd licht (Gen. 1:3); — in onpers. gebr.: het wordt laat, koud, warm; het wordt vrede; — ivat zal daaruit worden? wat zal het resultaat zijn ? 2. overgaan in een andere zijnstoestand, komen in zekere toestand: hij wordt...

Lees verder
1933
2021-06-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Worden

de overgang van iets naar een anderen zijnstoestand. Zie het art. → Zijn en worden.

1898
2021-06-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WORDEN

WORDEN, (werd, is geworden), beginnen te zijn, ontstaan; (bijb) God zeide: daar zij licht en daar werd licht; het wordt vrede; — komen in zekeren toestand : hij wordt arm, rijk, dik, groot, ziek; wat is er van hem geworden ?, welk lot heeft hem getroffen ?; kinderen worden menschen; — het wordt laat, koud, warm, — zij worden het...

Lees verder