Waren
I.(waarde, heeft gewaard), dwalen: haar blikken waarden over het veld; tot spoor van bloed., bij ’t rustloos waren, zijn schreden stuit (Staring); — in ’t bijz. met betr. tot geesten en andere bovennatuurlijke verschijnselen, spoken, hier en daar verschijnen : boze geesten waren overal; Narcissus geest, die...