2019-10-16

Wang

Iemand de andere wang of rechterwang toekeren of aanbieden e.d., iemand na van hem ondervonden onrecht toch vriendelijk tegemoettreden; geen wraak nemen. In een toespraak met allerlei aansporingen en waarschuwingen zegt Jezus onder meer tot zijn discipelen: ‘Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en we...

2019-10-16

wang

Het begrip wang heeft 11 verschillende betekenissen: 1) deel van een constructie dat zich aan elk van de beide zijkanten daarvan bevindt; zijkant van een constructie 2) wang van een dier die bereid wordt als gerecht of als deel daarvan 3) met enig leedvermaak; spottend geamuseerd 4) iemand wordt rood van schaamte; iemand krijgt rode wangen van schaamte 5) rood van schaamte; met rode wangen van schaamte; beschaamd 6) iemand wordt rood; iemand krijgt rode wangen 7) deel van een voorwerp dat zich a...

2019-10-16

wang

wang: zijkant van een fietsband, maar Wang is ook de naam van de beste Chinese sprinter die in de Aziatische etappewedstrijden vaak zijn achterwiel aan de West-Europese en Amerikaanse spurters laat zien.

2019-10-16

wang

wang - Zelfstandignaamwoord 1. (anatomie) zijkant van het gezicht onder het oog Synoniemen koon

2019-10-16

wang

wang - zelfstandig naamwoord 1. deel van je gezicht links en rechts van je neus ♢ de baby heeft bolle, rode wangen Zelfstandig naamwoord: wang de wang de wangen het wangetje

2019-10-16

WANG

WANG - v. (-en), koon, deel van het aangezicht: zachte, fluweelen wangen; tranen biggelden over hare wangen; — (zeew.) zijstuk, klamp (tegen een mast om dien te stutten); — (gew.) dam, dijk. WANGETJE, o. (-s).